|
De daken met hun wir war van antennes, het ronken van een vliegtuig in de nacht. 't Reclamebord dat telkens aan- en uitflitst; 't verkeerslicht waar ik dagelijks voor wacht. Refrein: Dit, dit is de wereld, de wereld waar ik woon. Hier zijn de treden te zien van Gods troon. Wie hier om hoog klimt, vanuit het gedruis, ontwaart de contouren van 't Vaderlijk huis Het flatgebouw met helverlichte vensters, dat schitter als een lichtzuil in de nacht. En daar omheen veel hoger dan de huizen, oneindigheid en verre sterrenpracht. Refrein: De hele wereld houdt Hij in Zijn handen. Hij spreekt in stilte en in stadsgerucht, van liefde en genade en erbarmen voor ieder die in wanhoop naar Hem vlucht. Refrein: Miljoenen sterren wil Hij laten gloeien, als bakens in de golven van 't bestaan, om koers te kunnen houden naar de haven, aan 't einde van de wereldoceaan. Refrein: |