|
Het breken van het brood, het rondgaan van de wijn Is een gebaar naar U, God, die niet ver maar dicht bij ons wilt zijn, en naar elkaar. Waar steeds meer mensen voor de feiten buigen, Blijven wij geloven en getuigen dat het ook anders kan: De wereld omgekeerd de aarde goed beheerd Wie droomt daar nooit eens van? Het breken van het brood, het rondgaan van de wijn Is een gebaar van U, God, die aan ons De zin van alle zijn weer openbaart. In uitgewoonde godsbeelden verdwenen Bent U als een nieuwe mens verschenen, Die 't leven met ons deelt: Een teken in de tijd van Uw bewogenheid Met ons Uw eigen beeld De zorgen van de mens, de dagelijkse strijd om het bestaan, De zorgen voor de mens, de solidariteit ( Uw eigen naam) Krijgen wij als brood en wijn in handen. De onvrede en alle wantoestanden klinkt door in ons gebed: Gij mens die ondergaat, wel weigert maar niet slaat, Wij delen Uw verzet, wij delen Uw verzet. Zolang er mensen zijn, die moeten zwijgen, Die nog dood in plaats van leven krijgen wordt dit gebaar gedaan; De vreugde en de pijn gedeeld als brood en wijn, Wie durft het delen aan? Wie durft het delen aan? |